Wroetende varkens als natuurbeheerder

Op weg naar de Woeste Grond in Ravenswoud. Ergens op de grens tussen Drenthe en Friesland, gemeente Ooststellingwerf. In mijn ooghoek zie ik iets bewegen in een weiland waar het gras op tafelhoogte staat. Het gras wijkt uiteen en een roodharige varkenssnuit komt tevoorschijn. Wat een prachtig gezicht! Vrij rondscharrelende varkens zijn leuke beesten om naar te kijken. Minder bekend is dat ze heel wat in hun mars hebben als het gaat om natuurverrijking en bodemverbetering. En het vlees wordt er wel zo smakelijk van.

Het begon met het produceren van biologische paardenbrokken. Zo leerden Richard van Pelt en Marcel Sneek elkaar kennen. Ondertussen was Richard in 2012 gestart oeroude natuurbegrazers, zoals de Schotse hooglander, Aberdeen Angus en het Schoonebeker heideschaap in te zetten in natuurgebied Fochteloërveen. Geslachte runderen bracht hij op de markt als Vlees van de Woeste Grond. De dieren lopen altijd buiten, ook in de winter. Doordat ze veel bewegen en diverse kruiden, grassen, takken en bladeren eten, houden de runderen zichzelf gezond. Chemisch ontwormen en gebruik van antibiotica is onnodig.

In september 2015 besloten Richard van Pelt en Marcel Sneek tot samenwerking bij het houden van varkens in natuurgebieden. Ze begonnen met elf zeugen. Inmiddels hebben ze ongeveer 70 zeugen en biggen rondlopen. De varkens worden in groepjes ingezet op verschillende bos-, natuur- en agrarische percelen en regelmatig verzet, opdat ze precies hun functie vervullen en geen schade aanrichten. Varkens zoeken op een heel andere manier voedsel dan runderen en schapen. Door hun neus in de grond te steken en rond te wroeten, scharrelen ze knolletjes, insecten en andere voedzame dingen op. Zo vullen de varkens de functie van grazend vee aan.

Specifieke functies die varkens door hun aanhoudend gewroet uitstekend kunnen vervullen, zijn onder meer:

  • omploegen van onbespoten grasland. De varkens wroeten de grasmat om, waardoor er meer zuurstof in de bodem komt en voedingsstoffen en water makkelijker opgenomen worden. Jonge plantjes krijgen meer kans om te kiemen;
  • omploegen en vrijmaken van gewasresten van biologische akkers. Ook hier geldt dat de bodem beter belucht wordt en dat voedingsstoffen toegankelijker worden. Een andere belangrijke functie is dat de varkens gewasresten stoppels opeten. Dit voorkomt opschot;
  • bestrijden van onkruid. Er zijn al meerdere proeven gedaan met varkens om bijvoorbeeld Grote berenklauw, Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop te bestrijden. De varkens eten de planten met wortels en al op, wat in het geval van bovengenoemde planten de enige optie is om ze uit te roeien. Waarschijnlijk moeten varkens wel een paar keer op hetzelfde perceel terugkomen;
  • verjongen van bosgebieden. Een verdichte bodem en vegetatie in bossen zorgt ervoor dat zaden minder goed kiemen. De varkens zorgen voor kale plekken waar licht beter kan doordringen. Verschillende bosplanten en bomen profiteren hiervan;
  • stimuleren van biodiversiteit. Varkens eten de lage boomknoppen af, waardoor de bomen andere vormen krijgen. Door overal in te wroeten ontstaan er nieuwe microklimaten voor bijvoorbeeld mossen en paddenstoelen. Varkens gaan ook graag in zelfgemaakte kuilen liggen. De bodem in deze kuil wordt daardoor dichter en er kan water in blijven staan: ideale poeltjes voor kikkers en padden om in voort te planten;
  • beheren van natuurgebieden. Doordat varkens andere dingen eten dan schapen en koeien zorgen ze dat andere planten beheerst blijven en dat er meer variatie in de vegetatie komt. Een voorbeeld zijn de graspollen in heidegebieden. De schapen laten de grote pollen vaak staan en die vinden de varkens juist lekker.

Mensen worden er vrolijk van om varkens vrij rond te zien lopen, vertellen Richard en Marcel. Kinderen komen mee om te kijken en er worden vaak foto’s gemaakt. Hier wordt een heel ander beeld getoond van het varken dan dat van de intensieve varkenshouderij. Dit zien mensen veel liever. Omgekeerd zijn varkens dol op aandacht, wat het nog leuker maakt.

woeste-varkens-pagina2

Tamworth varkens worden ingezet om een perceel bos te beheren

De Woeste Grond werkt met één van de oudste varkensrassen die we kennen, het Tamworth varken. Dit staat nog dicht bij zijn voorouders, het Europese wilde zwijn. Het is een varken met rode vacht, lange neus en lang lichaam en op hoge poten. Door de dichte vacht heeft de Tamworth geen last van zonnebrand en kan hij goed tegen kou. Ook is hij weinig gevoelig voor ziektes. Een echt buitenvarken dus.

Tamworth varkens zijn heel actief, hebben Richard en Marcel ondervonden. “Je moet ze in de gaten houden, anders werken ze te hard bij het verzamelen van voedsel. Dat is eigenlijk de enige reden om ze bij te voeren, ze moeten namelijk ook groeien. We houden de dieren nu eenmaal voor het vlees.” De biggen groeien minder snel dan van gangbare soorten, maar eenmaal volwassen kunnen ze wel een fiks gewicht bereiken: tussen de 250-370 kg. Op de Woeste Grond worden de varkens geslacht bij een gewicht tussen de 160-180 kg.

In Nederland worden ook andere varkensrassen buiten gehouden. Kees Scheepens van boerenbedrijf Walnoot & Wilg in Oirschot houdt Berkshire varkens. Op de veldjes wisselt hij de varkens af met koeien van het ras Aberdeen Angus. De Ouwendorperhoeve in Garderen houdt Bonte Bentheimers op grasveldjes en een stuk bos.

De vleeskwaliteit van de Tamworth varkens is buitengewoon, en vrij van E-nummers, suiker, fosfaten en gistextract. Het is rood, stevig en gemarmerd vlees. Kenners zeggen dat het een nootachtige en zoete, diepe smaak heeft. “Het zit vermoedelijk boordevol voedingsstoffen, veel meer dan in supermarktvlees”, aldus Richard en Marcel. Een smaaktest door de Universiteit van Bristol beoordeelde Tamworth-vlees als het beste in vergelijking met andere zeldzame rassen. De Britse Slow Food beweging heeft het vlees opgenomen in The Ark of Taste. Léon Stam, de chef-kok en slager van de Woeste Grond zegt dat de smaak met de seizoenen verandert. “In de winter eten de dieren andere grassoorten en kruiden dan in de zomer en in het voorjaar hebben de dieren minder vet dan in de herfst. Dat proef je terug in het vlees.”

De wet- en regelgeving is nog onvoldoende ingesteld op het extensief houden van varkens. Er is wantrouwen te overwinnen, met name de angst voor het overdragen van ziektes of het aanrichten van schade. Als varkens per ongeluk van een perceel uitbreken kunnen ze op plekken gaan wroeten waar dat niet de bedoeling is. Vooral boeren met land in de omgeving zijn daar bang voor. Marcel en Richard controleren hun varkens twee keer per dag. Tot nu toe heeft schrikdraad de beesten keurig op hun perceel kunnen houden. Mochten de varkens toch een keer willen genieten van het groene gras van de buurman, dan kunnen ze met een bak brokjes gemakkelijk worden teruggelokt naar het eigen perceel.

Er zijn zoönoses bekend, overdraagbaar ziektes, van varkens op mensen. De risico’s op ziekteoverdracht van buiten lopende varkens zijn anders dan die van binnen gehouden varkens. De omgeving van een buitenvarken is minder goed onder controle te houden. Aan de andere kant geldt dat buitenvarkens veel minder extensief worden gehouden waardoor de infectiedruk veel lager is. De meeste ziektes worden echter alleen eventueel overgedragen wanneer mensen het varkensvlees eten. Dit is goed te voorkomen door een goede monitoring bij het slachten, door het vlees ingevroren te houden tot kort voor de bereiding en door het goed te verhitten.

woeste-varkens-pagina3

Door de extensieve manier van houden zijn de risico’s dat de varkens ziek worden laag en is er geen sprake van stankoverlast

De huidige wet- en regelgeving is gemodelleerd voor de gangbare varkenshouderij in stallen of schuren. Geluid, mest, geur en stof moeten gemonitord worden en voldoen aan standaardwaarden. Het is lastig om een geluidsfilter en luchtwasser op een bos te plaatsen. Verplaatsen van varkens mag alleen van UBN naar UBN. UBN is een nummer dat toegekend wordt aan een bedrijf en is locatiegebonden. Voor varkenshoeders zou dit betekenen dat ze voor ieder bos- en natuurgebied een UBN moeten aanvragen. Een hele klus en wellicht niet eens mogelijk binnen de wetgeving. Daarnaast is de richting van de transporten voorgeschreven. Er mag alleen vervoerd worden van fok- naar afmestbedrijf en vervolgens naar slachterij.

De wet- en regelgeving beter laten aansluiten, is een grote wens van de pionierende varkenshoeders. Samen met Henri Holster van Wageningen UR inventariseert Mariska Slot (NLPA) waar de pioniers tegenaanlopen. Er leven bijvoorbeeld vragen als: hoe moet je varkens op een natuurlijke manier voeden? Hoe groot kan een groep varkens in een natuurgebied zijn? Welke effecten hebben varkens nu echt op diversiteit en ecosysteem? Doel van het project is om in elk geval een voorstel neer te leggen bij de overheid over hoe met deze vorm van varkenshouderij omgegaan kan worden.

Vanuit het hele land bereiken de Woeste Grond inmiddels verzoeken om varkens in te zetten in natuurgebieden, gemeentegronden en agrarische gronden. De ondernemers zoeken naar mogelijkheden om hieraan te voldoen. Bijvoorbeeld door jonge ondernemers op te leiden tot varkenshoeders of door met varkenshoeders uit anders regio’s te gaan samenwerken. Inmiddels is Stichting De Woeste Grond opgericht om innovatieve en duurzame ideeën uit te werken. De kosten hiervan zijn niet terug te verdienen uit de verkoop van varkensvlees. Daarom gaat de stichting donateurs werven en mogelijk crowdfunding starten. Als eerste project wil de stichting, in samenwerking met Natuurlijke Landbouw Projecten & Advies en Stichting Van Akker naar Bos, een grootschalig voedselbos voor mens en varken ontwikkelen. Bij de meeste voedselbossen in Nederland worden dieren voorlopig nog gemeden vanwege de schade die ze kunnen toebrengen aan de jonge planten. Om met een notoire wroeter aan de slag te gaan, mag je gedurfd innovatief noemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *